Compensatieregeling omzetting lening in gift

De staatssecretaris van Financiën heeft aangekondigd dat er een compensatieregeling komt voor een bepaalde groep ondernemers. Het gaat om ondernemers met een lening op grond van het besluit bijstandsverlening zelfstandigen, die is omgezet in een gift.

In de periode van 2014 tot en met 2016 had de omzetting van een lening in een gift gevolgen voor het toetsingsinkomen voor de toeslagen. Gevolg was dat eerder betaalde toeslagen werden teruggevorderd. Met ingang van 2017 kan dit probleem zich niet meer voordoen omdat sindsdien belastingheffing plaatsvindt over de omzetting door middel van eindheffing van de gemeente. Daardoor telt de gift niet mee voor het toetsingsinkomen voor de toeslagen van de ondernemer. Bij de aangekondigde compensatieregeling wordt eveneens uitgegaan van de eindheffingsvariant.

De aangekondigde regeling zal worden opgenomen in het Belastingplan 2019.

Bedragen kinderopvangtoeslag 2019

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een ontwerpbesluit gepubliceerd met geïndexeerde bedragen voor de kinderopvangtoeslag per 2019.

  • De maximum uurprijs voor dagopvang bedraagt na verhoging en jaarlijkse indexatie € 8,02.
  • De maximum uurprijs voor buitenschoolse opvang bedraagt in 2019 na verhoging en indexatie € 6,89.
  • De maximum uurprijs voor gastouderopvang wordt alleen geïndexeerd en bedraagt in 2019 € 6,15.

De kinderopvangtoeslag voor het eerste kind gaat voor ouders met de laagste inkomens omhoog van 94 naar 96%. Voor ouders met een modaal inkomen stijgt de kinderopvangtoeslag van 86 naar 88,3%. Voor ouders met een toetsingsinkomen van circa € 50.000 stijgt de kinderopvangtoeslag voor het eerste kind van 77,2 naar 80,9%. Het bijdragepercentage voor het eerste kind daalt met het stijgen van het inkomen tot 33,33%. In 2018 gebeurt dat bij een toetsingsinkomen van € 101.971. Deze inkomensgrens wordt in 2019 verhoogd naar € 123.920. Ouders met een inkomen tot dat bedrag krijgen dus een hoger toeslagpercentage in 2019. Ook de daling van het percentage dat ouders vergoed krijgen voor het tweede kind wordt aangepast waardoor de kinderopvangtoeslag minder daalt naarmate het inkomen van de ouders stijgt.

Dienstverlening kinderopvangtoeslag moet verbeteren

De kinderopvangtoeslag wordt aanvankelijk als voorschot vastgesteld en uitbetaald. Ouders moeten zelf hun inkomen en het aantal uren opvang dat zij afnemen schatten. Deze schatting bepaalt de hoogte van het voorschot. Pas wanneer de werkelijke inkomensgegevens van ouders bekend zijn wordt de hoogte van de kinderopvangtoeslag definitief vastgesteld. Blijkt het voorschot te hoog te zijn, dan wordt het verschil teruggevorderd. Dat leidt bij een deel van ouders tot financiële problemen, met name bij ouders met lage en wisselende inkomens.

Om dergelijke problemen te voorkomen was aanvankelijk bedacht om de toeslag niet meer door de Belastingdienst maar door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) uit te laten betalen. Het daartoe aangekondigde wetsvoorstel gaat echter niet door. In plaats daarvan kiest het kabinet voor verbetering van de dienstverlening van de Belastingdienst. Door verbetering van de werkwijze van de Belastingdienst kunnen de negatieve effecten van de voorschotsystematiek worden verzacht. Dat moet ertoe leiden dat minder ouders hoge bedragen moeten terugbetalen. Het kabinet verwacht dat de ervaringen met de verbeteringen rond de kinderopvangtoeslag kunnen helpen bij het verbeteren van het systeem rond andere toeslagen.

Bedragen kindregelingen 2018

Kinderbijslag
Met ingang van 1 januari 2018 gelden de volgende bedragen per kind per kwartaal:

 Leeftijd kind  Bedrag
 0 t/m 5 jaar  € 198,38
 6 t/m 11 jaar  € 240,89
 12 t/m 17 jaar  € 283,40

Kinderopvang
De maximum uurprijzen voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang voor 2018 zijn als volgt:

  • dagopvang € 7,45;
  • buitenschoolse opvang € 6,95;
  • gastouderopvang € 5,91.

Kindgebonden budget
Voor het kindgebonden budget gelden de volgende bedragen op jaarbasis:

 Aantal kinderen  Inkomen tot € 20.450
 1  € 1.152
 2  € 2.129
 3  € 2.417
 4  € 2.705

Voor ieder volgend kind wordt het kindgebonden budget verhoogd met € 288. Verder geldt een verhoging van het kindgebonden budget voor 12- tot 15-jarigen van € 236 per jaar. De verhoging voor 16- en 17-jarigen is € 421 per jaar. Voor een alleenstaande ouder wordt het kindgebonden budget verhoogd met € 3.101. Het recht op kindgebonden budget vervalt als het vermogen in box 3 op 1 januari groter is dan € 113.415 voor een alleenstaande en € 143.415 voor partners. Bij een inkomen hoger dan € 20.450 daalt het kindgebonden budget met 6,75% van het meerdere inkomen.

Vermogenstoets zorgtoeslag 2018

Het recht op zorgtoeslag is niet alleen inkomensafhankelijk, maar ook vermogensafhankelijk.

Met ingang van 1 januari 2018 hebben verzekerden met een vermogen boven het heffingvrije vermogen van meer dan € 83.415 geen recht op de zorgtoeslag. In 2017 was dat een bedrag van € 82.752 boven het heffingvrije vermogen. De verhoging is een gevolg van de jaarlijks toegepaste indexatie.