Diverse uitkeringsbedragen per 1 juli 2018

De uitkeringsbedragen van diverse sociale verzekeringen zijn gekoppeld aan het minimumloon. In verband met de verhoging van het minimumloon per 1 juli 2018 gaan ook de uitkeringsbedragen omhoog. Het gaat onder meer om de bijstandsuitkeringen, de inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen (IOAW en IOAZ), de AOW-uitkeringen en de Anw-uitkeringen.

AOW

Gehuwden/samenwonenden  
per maand

€ 789,81

vakantie-uitkering € 50,29
totaal €  840,10
Gehuwden/samenwonenden met maximale toeslag (partner jonger dan 65 jaar)
per maand € 1.579,62
vakantie-uitkering € 100,58
totaal € 1.680,20
Alleenstaanden
per maand € 1.156,43
vakantie-uitkering € 70,40
totaal € 1.226,83

De hierboven genoemde bedragen zijn exclusief de inkomensondersteuning AOW van € 24,93 bruto per maand.

Maximumdagloon (WW, WIA, WAO en ZW)
Uitkeringen uit de WW, de WIA, de WAO en de ZW worden per 1 juli 2018 verhoogd met 1,03%. Het maximumdagloon voor deze verzekeringen gaat per 1 juli 2018 omhoog van € 209,26 naar € 211,42 (bruto).

Kinderbijslag
De kinderbijslag bedraagt per 1 juli 2018 per kwartaal:

per kind van 0 t/m 5 jaar (70%) € 202,23
per kind van 6 t/m 11 jaar (85%) € 245,57
per kind van 12 t/m 17 jaar (100%) € 288,90

 

Minimum(jeugd)lonen per 1 juli 2018

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de bedragen van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2018 vastgesteld. Het bedrag per maand bedraagt voor een werknemer van 22 jaar of ouder € 1.594,20. Het minimumloon per week bedraagt voor deze categorie € 367,90. Per dag komt dat neer op een bedrag van € 73,58. Voor werknemers van 21 jaar of jonger gelden hiervan afgeleide bedragen.

 Leeftijd  Percentage  Per maand  Per week  Per dag
 22 jaar en ouder  100%  € 1.594,20  € 367,90  € 73,58
 21 jaar    85%  € 1.355,05  € 312,70  € 62,54
 20 jaar    70%  € 1.115,95  € 257,55  € 51,51
 19 jaar    55%  €    876,80  € 202,35  € 40,47
 18 jaar    47,5%  €    757,25   € 174,75  € 34,95
 17 jaar    39,5%  €    629,70  € 145,30  € 29,06
 16 jaar    34,5%  €    550,00  € 126,95  € 25,39
 15 jaar    30%  €    478,25  € 110,35  € 22,07

Maatregelen tegen stapeling van zorgkosten

Het kabinet neemt maatregelen om stapeling van zorgkosten tegen te gaan. Veel mensen die een eigen bijdrage betalen voor maatschappelijke ondersteuning of voor langdurige zorg maken ook het eigen risico voor de zorgverzekering op of moeten bijbetalen voor geneesmiddelen. Deze stapeling van zorgkosten kan ertoe leiden dat mensen niet de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. De maatregelen om de zorg bereikbaar en betaalbaar te maken bestaan uit het invoeren van een abonnementstarief voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en een verlaging van de vermogensinkomensbijtelling voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Het is de bedoeling dat de maatregelen per 1 januari 2019 van kracht worden.

Zorgverzekering
Het kabinet heeft besloten om het eigen risico voor de zorgverzekering tot en met 2012 te bevriezen. Verder is het kabinet van plan om de bijbetalingen voor bepaalde geneesmiddelen te maximeren op een bedrag van € 250 per jaar.

Abonnementstarief Wmo
Huishoudens die gebruik maken van een Wmo-voorziening gaan een vast tarief van € 17,50 per vier weken betalen, ongeacht hun inkomen, vermogen of het gebruik van de voorziening. Gemeenten hebben de ruimte om een lagere eigen bijdrage vast te stellen. Het abonnementstarief moet bureaucratie en administratieve rompslomp voorkomen of verminderen.

Vermogensinkomensbijtelling langdurige zorg
Bij de berekening van de eigen bijdrage voor langdurige zorg wordt rekening gehouden met inkomsten uit vermogen. De huidige bijtelling bedraagt 8% van het vermogen. Met ingang van 2019 wordt deze bijtelling gehalveerd naar 4% van het vermogen. Door deze maatregel hoeven mensen die langdurige zorg nodig hebben minder in te teren op hun vermogen.

Bevriezing eigen risico zorgverzekering tot en met 2021

Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel tot wijziging van de Zorgverzekeringswet in behandeling. De strekking van het wetsvoorstel is dat het verplichte eigen risico voor de zorgverzekering tot en met het jaar 2021 gelijk blijft aan het huidige bedrag van de € 385. De minister voor Medische Zorg en Sport heeft de nota naar aanleiding van het verslag inzake dit wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.

Vanaf 2022 wordt het verplicht eigen risico weer volgens de gebruikelijke systematiek geïndexeerd. Dit betekent dat het eigen risico zal worden geïndexeerd, afhankelijk van de ontwikkeling van de zorgkosten ten opzichte van het voorgaande jaar. Daarbij zal geen sprake zijn van een inhaalslag door een vergelijking te maken met de zorgkosten in 2017. De minister wijst op het belang van afronding van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel uiterlijk in september, in verband met de toekenning van de vereveningsbijdrage in oktober 2018 en de bekendmaking van de nominale premie voor 12 november 2018.

Compensatieregeling vrouwelijke zelfstandigen

Een bepaalde groep zelfstandigen heeft alsnog recht op financiële compensatie voor hun zwangerschaps- en bevallingsverlof. Deze regeling geldt voor vrouwelijke zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten, die zijn bevallen in de periode tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. De compensatie kan tussen 15 mei en 1 oktober 2018 aangevraagd worden bij het UVW. De hoogte van de compensatie bedraagt 90% van het wettelijk minimumloon 2017 per dag inclusief vakantiebijslag en wordt berekend over 80 dagen. Dat komt neer op een bedrag van € 5.600.

Voor 7 mei 2005 konden vrouwelijke zelfstandigen een beroep doen op de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor Zelfstandigen (WAZ). Met ingang van 4 juni 2008 is de Wet zwangerschaps- en bevallingsuitkering zelfstandigen (Wet ZEZ) van kracht. In de tussenliggende periode hadden zelfstandigen geen recht op een uitkering tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dat is volgens de Centrale Raad van Beroep in strijd met het VN-Vrouwenverdrag. Daarom heeft de minister van Sociale Zaken alsnog een compensatieregeling opgesteld.

Vrouwelijke zelfstandigen, die in aanmerking denken te komen voor deze regeling, zullen zelf actie moeten ondernemen. Het UWV zal de doelgroep niet benaderen. Het aanmeldingsformulier is te vinden op de website van hetUWV. De uitbetaling zal in het eerste kwartaal van 2019 plaatsvinden.

Berekening buitenlandbijdrage Zvw

EG-verordeningen inzake de sociale zekerheid bepalen dat in beginsel slechts één wetgeving van toepassing is. Volgens deze verordeningen heeft een in België wonende gepensioneerde met een pensioen uit Nederland recht op zorg in België ten laste van Nederland. Nederland heft in verband daarmee op grond van de Zorgverzekeringswet een buitenlandbijdrage. Deze wordt ingehouden op Nederlandse pensioenen van een in het buitenland wonende pensioengerechtigde.

De vraag in een procedure voor de Centrale Raad van Beroep was of de buitenlandbijdrage beperkt moet zijn tot de AOW-uitkering of ook mag worden berekend over een aanvullend pensioen. De belanghebbende in de procedure beriep zich op een arrest van het Hof van Justitie EU. Dat arrest had betrekking op een inwoner van Ierland met twee aanvullende pensioenen van een Belgische werkgever, die geen wettelijk pensioen uit een lidstaat van de EU ontving. Volgens het Hof van Justitie EU was alleen de Ierse wetgeving van toepassing en mocht België geen sociale bijdragen inhouden op de pensioenen.

De Centrale Raad van Beroep is van oordeel dat dit arrest niet van toepassing is op iemand die in het buitenland woont en een wettelijk pensioen en een aanvullend pensioen uit Nederland ontvangt. Nederland is in dit geval bevoegd om een bijdrage te heffen en te innen. Op welke wijze de berekening van deze bijdrage plaatsvindt, is door de EG-verordeningen niet geregeld maar wordt overgelaten aan de nationale wetgeving. In de rechtspraak van het Hof van Justitie EU zijn geen aanknopingspunten te vinden dat Nederland de buitenlandbijdrage niet over aanvullende pensioenen zou mogen berekenen.

Vrijstelling sollicitatieplicht oudere werklozen

Om recht te hebben op een WW-uitkering is een werkloze verplicht om te solliciteren. Er geldt een vrijstelling van de sollicitatieplicht voor uitkeringsgerechtigden die op de eerste dag van hun werkloosheid minder dan één jaar van het recht op AOW-pensioen zijn verwijderd. Deze vrijstelling geldt nu ook voor werklozen, die tijdens de duur van hun WW-uitkering deze leeftijd bereiken. De vrijstelling gaat ook gelden voor mensen die een IOW-, ZW- of WGA-uitkering ontvangen. Hoewel de sollicitatieplicht ook voor ouderen tot meer werkhervatting leidt, is het effect van de uitbreiding van de vrijstelling beperkt.

Kamerbrief evaluatie verevening pensioenrechten bij scheiding

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de tweede evaluatie van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) naar de Tweede Kamer gestuurd. Naar aanleiding van de evaluatie kondigt de minister aan dat hij in de loop van volgend jaar een wetsvoorstel zal indienen om de Wvps en de Pensioenwet op een aantal punten te wijzigen.

Voorgestelde wijzigingen
De huidige standaardmethode van verevening wordt vervangen door conversie. De ex-partners verkrijgen door conversie een zelfstandig recht op het hen toekomende deel van het ouderdomspensioen van de ander. De standaard voor het uitbetalen via de pensioenuitvoerder wordt aangepast van “nee, tenzij u een formulier toestuurt” in “ja, tenzij u aangeeft dat u het pensioen niet of anders wilt verdelen”. In verband met de aanpassing van het wettelijk stelsel van de gemeenschap van goederen per 1 januari 2018 wordt de periode waarover het bijzonder partnerpensioen wordt toegekend verkort tot de huwelijkse periode. Op dat punt moet de Pensioenwet worden gewijzigd. De werkingssfeer van de Wvps wordt overigens niet uitgebreid tot ongehuwd samenwonenden.

De Wvps
De Wvps heeft alleen betrekking op gehuwden en geregistreerde partners, niet op ongehuwd samenwonenden. Op grond van de Wvps hebben partners bij een scheiding ieder recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Standaard komt door verevening vanaf de pensioeningangsdatum een deel van het ouderdomspensioen ten goede aan de ex-partner. De pensioenuitvoerder regelt de uitbetaling als de ex-partners binnen twee jaar na de scheiding een verzoek daartoe hebben doorgeven. Gebeurt dat niet of te laat, dan zullen de ex-partners te zijner tijd zelf uitbetaling moeten claimen bij de ander. Ex-partners kunnen afwijkende afspraken maken over het pensioen. Een van de mogelijkheden is de omzetting op het moment van scheiding van het deel van het ouderdomspensioen van de andere partner in een zelfstandige aanspraak (conversie).

Compensatieregeling zwangerschapsverlof zelfstandigen

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vragen over de compensatieregeling voor zwangere zzp’ers beantwoord. De vorige minister heeft op 17 oktober 2017 een ministeriële regeling aangekondigd, maar tot op heden is deze regeling nog niet gepubliceerd in de Staatscourant. De aangekondigde regeling ziet er op hoofdlijnen als volgt uit. Vrouwelijke zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten hebben recht op compensatie als ze zijn bevallen tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. De compensatie moet worden aangevraagd bij het UWV. De hoogte van de compensatie bedraagt 90% van het wettelijk minimumloon per dag inclusief vakantiebijslag en wordt berekend over een periode van 80 dagen. Dat komt neer op een bedrag van ongeveer € 5.600.

Het UWV en de Belastingdienst hebben de regeling op uitvoerbaarheid getoetst. Naar aanleiding daarvan is de regeling aangepast. Dat heeft tot gevolg dat de compensatie vanaf 1 januari 2019 zal worden uitgekeerd. Het streven is om de regeling nog in deze maand te publiceren in de Staatscourant en op 15 mei 2018 in werking te laten treden. Tot 1 oktober 2018 kunnen de zelfstandigen die daarvoor in aanmerking komen een aanvraag indienen. De aanvraagtermijn zou aanvankelijk drie maanden bedragen maar is verruimd naar vierenhalve maand.

Conceptwetsvoorstel aanvulling partnerverlof

In het Regeerakkoord is afgesproken om het verlof voor partners bij de geboorte van het kind uit te breiden van twee doorbetaalde dagen naar een week, met aanvullend vijf weken verlof zonder loon, maar met een uitkering van 70% van het loon. Het aanvullende verlof kan worden opgenomen in de eerste zes maanden na de bevalling.

Het adoptie- en pleegzorgverlof wordt volgens deze afspraken verlengd van vier naar zes weken, met recht op een uitkering van 100% van het dagloon. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een conceptwetsvoorstel nu ter consultatie gepubliceerd. Belangstellenden kunnen tot 19 maart op www.internetconsultatie.nl reageren op het conceptwetsvoorstel.