Rulings procedureel niet altijd in orde

De Belastingdienst heeft onderzoek gedaan naar de gevolgde procedure bij de afgifte van ruim 4.000 rulings met een internationaal karakter. Niet in alle gevallen zijn de interne procedures gevolgd. De procedurele fouten zijn vooral opgetreden bij de rulings die niet door het APA/ATR-team zijn afgegeven, maar door lokale inspecteurs. Daar zijn in 72 van de 1.361 onderzochte gevallen fouten vastgesteld. In dit onderzoek is alleen de inhoud onderzocht van de rulings waarbij procedurele fouten zijn geconstateerd. Er loopt op dit moment een afzonderlijk onderzoek naar de inhoud van rulings die zijn afgegeven door het APA/ATR-team. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijke commissie.

De staatssecretaris van Financiën schrijft aan de Tweede Kamer dat de praktijk van het afgeven van rulings zal worden herzien, ook ten aanzien van de inhoud. Het verstrekken van zekerheid vooraf zal blijven, maar om zogenaamde brievenbusmaatschappijen tegen te gaan zullen strengere eisen worden gesteld. Alleen bedrijven die toegevoegde waarde leveren komen dan nog in aanmerking voor een ruling. Door de afgifte van rulings centraal te coördineren moet meer grip ontstaan op het proces van afgifte en kan eenheid van beleid en uitvoering worden gegarandeerd. De uitkomsten van het inhoudelijk onderzoek zullen gebruikt worden bij de herziening van de rulingpraktijk.

Dubbele belastingheffing pensioen grensarbeiders uit België

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen beantwoord over dubbele belastingheffing over pensioenen van grensarbeiders uit België. Het belastingverdrag met België wijst het heffingsrecht over privaatrechtelijke pensioenen in beginsel toe aan de woonstaat, zij het dat onder voorwaarden ook de vroegere werkstaat belasting mag heffen. Een van die voorwaarden houdt in dat het pensioen in de woonstaat onvoldoende wordt belast.

Volgens de Belgische rechter kan België op grond van het nationale recht uit Nederland afkomstige pensioenen niet geheel in de heffing kan betrekken. Door deze uitspraken is voor de Belastingdienst onduidelijk of uit Nederland afkomstige pensioenen in België wel voldoende belast worden. Daarom wordt niet zonder meer een vrijstelling voor de loonbelasting gegeven om te voorkomen dat in geen van beide landen belasting wordt geheven over de pensioenuitkering. Daardoor kan dubbele belastingheffing optreden. De onduidelijkheid heeft betrekking op lagere pensioenbedragen. Wanneer het brutobedrag van de pensioenuitkeringen in een kalenderjaar niet hoger is dan € 25.000, is volgens het belastingverdrag alleen de woonstaat heffingsbevoegd.
Omdat zowel de Nederlandse als de Belgische autoriteiten dubbele belastingheffing over buitenlandse pensioenen onwenselijk achten, zal op korte termijn overleg plaatsvinden om tot een oplossing te komen.

Kamervragen heffingskortingen buitenlanders

Met ingang van 1 januari 2019 ontvangen buitenlandse belastingplichtigen niet langer via de loonbelasting het belastingdeel van de heffingskortingen. Dat voorkomt dat buitenlandse belastingplichtigen heffingskortingen via de inkomstenbelasting terug moeten betalen wanneer zij daar geen recht op hebben. Het gaat om circa 350.000 buitenlandse belastingplichtigen. Er zijn circa 130.000 buitenlandse belastingplichtigen, die recht hebben op dezelfde heffingskortingen als binnenlandse belastingplichtigen. Zij kunnen de heffingskortingen via hun aangifte inkomstenbelasting incasseren. Via een voorlopige aanslag inkomstenbelasting kunnen zij de heffingskortingen al in de loop van het kalenderjaar te gelde maken. Over deze wijziging zijn Kamervragen gesteld.

In antwoord daarop zegt de staatssecretaris van Financiën dat er in verband met controle- en invorderingsmogelijkheden voor is gekozen om de heffingskortingen alleen bij buitenlandse belastingplichtigen van wie is vastgesteld dat zij daarvoor in aanmerking komen via een voorlopige aanslag uit te betalen. Voor nieuwe gevallen geldt dat wanneer is vastgesteld dat iemand in aanmerking komt voor de heffingskorting deze vervolgens via de voorlopige aanslag in volgende jaren kan worden uitbetaald. De aanvraag daarvoor hoeft niet elk jaar opnieuw te worden gedaan.

Het belastingverdrag met België bevat een specifieke non-discriminatiebepaling. Op grond daarvan hebben inwoners van België met in Nederland belast inkomen naar rato recht op persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen, waaronder bepaalde heffingskortingen. Om uitvoeringstechnische redenen worden de heffingskortingen volledig verleend, ongeacht welk deel van het wereldinkomen in Nederland mag worden belast.

Onderzoek naar IKEA-rulings

De Europese Commissie stelt een onderzoek in naar de belastingafspraken (rulings) die Nederland heeft gemaakt met IKEA. De aanleiding voor dit onderzoek is dat deze afspraken verboden staatssteun inhouden doordat IKEA wordt bevoordeeld ten opzichte van andere bedrijven. Het is niet de eerste keer dat Nederlandse belastingafspraken onderwerp zijn van onderzoek door de Europese Commissie. Eerder ging het om afspraken met Fiat en Starbucks.

Het IKEA-concern
Het IKEA-concern bestaat uit twee groepen van bedrijven. Inter IKEA is de rechthebbende op de naam en de formule, maar niet de eigenaar van de winkels. IKEA-winkels betalen 3% van hun omzet aan Inter IKEA Systems, een in Nederland gevestigde dochteronderneming van de Inter IKEA-groep.

Situatie tot 2011
De winst van Inter IKEA Systems werd aanvankelijk afgeroomd door de betaling van een jaarlijkse licentievergoeding aan de in Luxemburg gevestigde Inter IKEA Holding, eveneens onderdeel van de Inter IKEA-groep. Inter IKEA Holding was eigenaar van bepaalde intellectuele-eigendomsrechten die nodig zijn voor het door IKEA gehanteerde franchiseconcept. De jaarlijkse licentievergoeding die Inter IKEA Systems betaalde was in een ruling uit 2006 door de Belastingdienst geaccordeerd. De winst werd op deze manier verschoven naar Inter IKEA Holding in Luxemburg, maar daar niet belast omdat er een bijzondere belastingregeling van toepassing was. Inter IKEA Holding was daardoor in Luxemburg vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Situatie na 2011
Na een eerder onderzoek van de Europese Commissie werd de Luxemburgse bijzondere belastingregeling aangemerkt als verboden staatssteun. Met ingang van 2011 gold deze regeling niet meer en zou Inter IKEA Holding vennootschapsbelasting moeten betalen in Luxemburg. Om dat te voorkomen wijzigde Inter IKEA haar structuur. Inter IKEA Systems kocht de intellectuele-eigendomsrechten van Inter IKEA Holding. De aankoop werd gefinancierd met een lening van een in Liechtenstein gevestigde stichting. De Nederlandse Belastingdienst gaf in 2011 een nieuwe ruling af, waarin werd ingestemd met de prijs voor de aankoop van de intellectuele eigendom en met de rente die aan de moedermaatschappij in Liechtenstein moest worden betaald. Deze rente werd in aftrek toegelaten op de belastbare winst van Inter IKEA Systems in Nederland. De winst van Inter IKEA Systems werd daardoor niet langer naar Luxemburg maar naar Liechtenstein verschoven.

Onderzoek
De Europese Commissie gaat nu twee zaken op grond van de rulings onderzoeken:
1. Stemt de hoogte van de licentievergoeding, die Inter IKEA Systems aan Inter IKEA Holding betaalde, overeen met de bijdrage van Inter IKEA Systems aan de franchiseactiviteiten?
2. Stemmen de prijs die Inter IKEA Systems heeft betaald voor de intellectuele eigendom en de rente over de lening overeen met de economische realiteit?

Nederland en IKEA hebben de mogelijkheid opmerkingen te maken gedurende het onderzoek. De Europese Commissie verduidelijkt dat het instellen van een onderzoek niet wil zeggen dat de uitkomst ervan al vaststaat.

Kabinetsreactie op Paradise Papers

Naar aanleiding van publicaties over de Paradise Papers heeft de staatssecretaris van Financiën een brief aan de Tweede Kamer geschreven over de aanpak van belastingontwijking en de rulingpraktijk. De staatssecretaris laat weten dat het kabinet een einde wil maken aan firma’s die zich op papier in Nederland vestigen om belastingvrij miljoenen te kunnen rondpompen. Voor dat doel komt het kabinet met voorstellen voor een bronheffing op dividend, rente en royalty’s naar belastingparadijzen en in misbruiksituaties. De regelgeving voor trustkantoren wordt strenger en de Nederlandsche Bank krijgt meer instrumenten om hier op toe te zien.

Centraal vastleggingssysteem
Volgens internationale afspraken wordt informatie over rulings met een grensoverschrijdend effect onderling uitgewisseld. Dat geldt niet alleen voor nieuwe maar ook voor bestaande rulings. Er is een centraal systeem opgezet waarin de uit te wisselen gegevens geregistreerd worden. Dat systeem is sinds september 2017 operationeel, waardoor de rulings waarover informatie moet worden uitgewisseld in beeld zijn. Nederland heeft aangegeven informatie over de circa 4.000 bestaande rulings voor 1 januari 2018 te hebben uitgewisseld.

Procedure bij afgifte rulings
De staatssecretaris geeft toe dat de in 2008 afgegeven ruling voor Procter en Gamble niet volgens de geldende afspraken tot stand is gekomen. Volgens het geldende beleid had de lokale inspecteur het verzoek tot zekerheid vooraf moeten voorleggen aan het speciale rulingteam van de Belastingdienst. Het niet volgen van voorgeschreven procedures is niet acceptabel.
De staatssecretaris laat onderzoeken of bestaande rulings met een grensoverschrijdend effect zijn afgegeven conform de geldende procedures. De rulingpraktijk wordt jaarlijks steekproefsgewijs onderzocht door een onafhankelijke commissie. Deze commissie wordt uitgebreid met twee externe experts.